Handelsactiviteiten in de GMP+ keten

15 april 2016

Binnen het GMP+ FC-scheme dienen alle schakels in de keten verantwoordelijkheid ne-men voor het borgen van veilig diervoeder, en dienen daarvoor GMP+ (of gelijkwaardig) gecertificeerd te zijn). Alle handelsbedrijven (die diervoeder als GMP+ gecertificeerd willen verkopen) dienen daarvoor GMP+ gecertificeerd te zijn met de van toepassing zijnde scope. Dit omvat zowel de fysieke handel in diervoeder als de zogenaamde ‘pa-pierenhandel’ waarbij de handelaar het fysieke product niet onder ogen krijgt. Als gevolg van deze certificering, zal het handelsbedrijf worden geregistreerd in de GMP+ bed-rijvendatabase, zodat het zichtbaar is dat dit bedrijf onderdeel uitmaakt van de GMP+ diervoederketen.

Er kan in sommige situaties wat verwarring ontstaan of een partij diervoeder nu wel of niet geleverd is door een GMP+ gecertificeerde handelaar. In deze nieuwsbrief beschrijven we twee typen handelskantoren die onderdeel zijn van de GMP+ diervoederketen (en dus over de juiste certificatie moeten beschikken).

Postbus

Een postbus is een afsluitbare box met een uniek adres in het pand van een postkantoor. Een postbus wordt vaak vermeld op contracten of facturen en is daarom de verkopende partij voor inkopende GMP+ gecertificeerde bedrijven. Om die reden is de postbus onderdeel van de GMP+ diervoederketen en dient als zodanig gecertificeerd te zijn (GMP+ B1/B3 scope, handel in diervoeder). Dit zorgt voor transparantie in de markt door aan te tonen dat het diervoeder dat via deze postbus wordt verkocht, wordt gedekt door de GMP+ diervoederketen.

N.B. Binnen de GMP+ certificatievoorwaarden is het reeds mogelijk om een postbus toe te voegen onder de bestaande scope van GMP+ certificatie van een handelsbedrijf. De postbus hoeft niet daadwerkelijk bezocht te worden voor certificatiedoeleinden.

Verkoopkantoren

Er zijn situaties waarin een productiebedrijf het product niet rechtstreeks aan klanten verkoopt, maar via een verkoopkantoor dat zich vaak op een ander adres bevindt en / of een andere naam heeft. Op de vrachtbrief (Bill of Lading, B/L) kunnen het adres en wellicht de specifieke naam van de productielocatie zijn vermeld, maar de verkoop vindt plaats via het verkoopkantoor. Dit verkoopkantoor kan het hoofdkantoor van een bedrijf zijn met meerdere productielocaties of een exportbedrijf, maar het is ook mogelijk dat, bijvoorbeeld, een afzonderlijk facturatiekantoor wordt gebruikt. In alle gevallen maakt een verkoopkantoor onderdeel uit van de GMP+ diervoederketen en dient als zodanig gecertificeerd te zijn (GMP+ B1/B3 scope handel in diervoeder).

Meld je aan voor de GMP+ International nieuwsbrief

Volg het laatste GMP+ International nieuws