Toevoegingsmiddelen in GMP+ FC scheme

15 april 2016

Toevoegingsmiddelen behoren naast mengvoeders, voormengsels en voedermiddelen, tot een grote groep diervoederproducten. In de EU wetgeving is een aparte definitie voor toevoegingsmiddelen opgenomen. In het GMP+ Feed Certification scheme zijn aparte voorwaarden voor veilige productie en handel van toevoegingsmiddelen vastgelegd. Bedrijven die volgens deze GMP+ voorwaarden toevoegingsmiddelen produceren of verhandelen, krijgen hiervoor een aparte scope op hun GMP+ certificaat. In deze nieuwsbrief belichten we enkele GMP+ voorwaarden die gelden voor toevoegingsmiddelen. Hiermee willen we een paar misverstanden uit de wereld helpen. Verder willen we uw aandacht vestigen op technische hulpstoffen. Dit zijn producten die mogelijk tijdens het proces in kleine hoeveelheden worden toegevoegd.

Wat zijn toevoegingsmiddelen?

De standaarden in het GMP+ FC scheme baseren zich op de EU-definitie die is vastgesteld voor toevoegingsmiddelen. In GMP+ A2 Definities en Afkortingen staat:

Stoffen, micro-organismen en preparaten die geen voedermiddelen noch voormengsels zijn en die opzettelijk aan diervoeder of water worden toegevoegd vooral met het oog op een of meer van de volgende functies. Het toevoegingsmiddel moet:

a) de eigenschappen van het diervoeder gunstig beïnvloeden;

b) de eigenschappen van dierlijke producten gunstig beïnvloeden;

c) de kleuren van siervissen en -vogels gunstig beïnvloeden;

d) voldoen aan de voedingsbehoeften van dieren;

e) het milieueffect van de dierlijke productie gunstig beïnvloeden;

f) de dierlijke productie, prestaties of welzijn gunstig beïnvloeden, vooral door in te werken op de maag- en darmflora of op de verteerbaarheid van de diervoeders, of

g) een cocci­diostatische of histomonostatische werking teweeg brengen.

Kan alleen de productie van EU-toegelaten toevoegingsmiddelen GMP+ gecertificeerd worden?

Nee. Niet alleen producten die in de EU zijn toegelaten als toevoegingsmiddel kunnen worden gecertificeerd onder Productie van Toevoegingsmiddelen, maar ook producten die in landen buiten de EU als toevoegingsmiddel zijn toegelaten. De betreffende producent dient met zijn Feed Safety Management Systeem de veiligheid van het toevoegingsmiddel te garanderen. Denk bijvoorbeeld aan een antibioticum of een diergeneesmiddel als Flubendazol of aan Virginiamycine of een groeibevorderaar als Olaquindox

Let op:
Een GMP+ certificaat verklaart dat de productie van een product voldoet aan de GMP+ voorwaarden. Dat betekent niet dat daarmee het product ook op de EU-markt kan worden verkocht als toevoegingsmiddel. Als het product niet is toegelaten als toevoegingsmiddel in de EU, dan kan dit niet als zodanig verkocht worden. Zie voor toegelaten toevoegingsmiddelen het EU Register of Feed Additives.

Dienen de grondstoffen die bij de productie van toevoegingsmiddelen worden gebruikt ook van gecertificeerde leveranciers te worden gekocht?

Producenten van toevoegingsmiddelen worden beschouwd als de eerste schakel in de GMP+ keten. De toeleveranciers van de grondstoffen waaruit het toevoegingsmiddel wordt gemaakt, vallen buiten de GMP+ keten en buiten de scope van het GMP+ FC scheme. Als zodanig behoeven zij niet GMP+ gecertificeerd te zijn. Dit geldt dus bijvoorbeeld ook voor de leveranciers van de melasse die bij het fermentatieproces wordt gebruikt, of de maïsmeel die in geringe hoeveelheden (in overeenstemming met de EU- toelating van het toevoegingsmiddel) aan het toevoegingmiddel wordt toegevoegd.

Van een producent van een toevoegingsmiddel wordt vereist dat er een deugdelijke, op HACCP-principes gebaseerde beoordeling en selectie van toeleveranciers wordt gemaakt, en dat alle ingrediënten onder een ingangscontrolesysteem vallen.

Dit wordt vereist in de standaard GMP+ B2 Productie van diervoederingrediënten. In artikel 7.1.2, onder d) is opgenomen:

‘Voorafgaand aan de aankoop van andere producten (dan bovenbedoelde diervoeders) of de inkoop van andere dan bovenbedoelde diensten, moet de deelnemer een gevarenanalyse uitvoeren die op de HACCP principes gebaseerd is. Op basis van deze gevarenanalyse en de kwaliteitsborging die door de leveranciers is verstrekt, moet de deelnemer een leverancier uitkiezen en zijn ingangscontrole dienovereenkomstig aan te passen.‘

Met ‘andere producten’ worden in dit geval ingrediënten bedoeld die gebruikt worden bij de productie van het toevoegingsmiddel.

Hoe zit het met de technische hulpstoffen?

Technische hulpstoffen worden als volgt gedefinieerd:
(zie hiervoor ook GMP+ A2 Definities en Afkortingen of de EU-Verordening 1831).

Technische hulpstoffen

die op zichzelf niet als diervoeder worden geconsumeerd, maar die bij de verwerking van diervoeders of voedermiddelen bewust worden gebruikt om tijdens de be- of verwerking aan een bepaald technisch doel te beantwoorden, hetgeen kan leiden tot onbedoelde, maar technisch onvermijdelijke aanwezigheid van residuen van deze stoffen of hun derivaten in het eindproduct, mits die residuen geen ongunstige gevolgen hebben voor de diergezondheid, de menselijke gezondheid of het milieu en geen enkel technologisch effect op het eindproduct hebben.

Denk bijvoorbeeld aan antischuimmiddelen, hexaan bij extractie, of producten die nodig zijn bij filtratieprocessen of om vergistingsprocessen te verbeteren, nikkel als katalysator in de oleochemische sector.

De aankoop van de technische hulpstoffen valt ook onder bovengenoemde artikel 7.1.2.d. Een GMP+ certificatie is niet vereist. Wel dienen deze technische hulpstoffen gespecificeerd te worden (specificaties). Denk er hierbij om dat eventuele wettelijke voedselveiligheidsnormen worden opgenomen in de specificatie. Als deze niet zijn vastgelegd in wetgeving, moet het bedrijf hierover nadenken en eventueel toch vaststellen en onderbouwen. Verder dient de aankoop van de technische hulpstoffen opgenomen te zijn in de selectie van leveranciers, en dienen zij ook opgenomen te zijn in het systeem van ingangscontrole, bemonstering en verificatie. De analyse-uitslagen moeten betrouwbaar zijn. Daarom worden eisen gesteld aan het laboratorium en de gebruikte methode. Zie hiervoor de betreffende GMP+ B2 standaard.

Hoe moet ik een toevoegingsmiddel te labelen?

Dit is erg afhankelijk van de markt of het land waarop dit toevoegingsmiddel wordt afgezet. Zie hiervoor de lokale, geldende wetgeving.

Ik produceer een product dat in mijn land niet als toevoegingsmiddel wordt aangemerkt, maar als voedermiddel. Hoe moet ik de GMP+ voorwaarden toepassen?

De wettelijke indeling of definities van diervoeder (-ingrediënten) verschilt per land, regio of werelddeel. Een product kan in de EU als toevoegingsmiddel zijn geclassificeerd, maar in een ander deel van de wereld als een voedermiddel.

Een bedrijf dat een dergelijk product maakt, onafhankelijk van hoe het product uiteindelijk wettelijk wordt benoemd, vindt in de standaard GMP+ B2 Productie van diervoederingrediënten alle relevante voorwaarden voor borging van de voederveiligheid.

GMP+ FC scheme gaat in hoge mate uit van de EU wetgeving. Dit werkt door in de classificatie van een product (toevoegingsmiddel of voedermiddel), in de normen, in de FSP registratie enz.

Een bedrijf dat een product produceert dat afhankelijk van werelddeel als toevoegingsmiddel dan wel voedermiddel wordt geclassificeerd, raden we het volgende aan:

  • Zet een borgingsysteem op conform GMP+ B2 Productie van diervoederingrediënten.
    • Een handig hulpmiddel is wellicht GMP+ D1.2 GMP+ Guidance (te bestellen via de GMP+ webshop), waarin stapsgewijs het opzetten van een voederveiligheidssysteem conform de GMP+ B2-standaard wordt uiteengezet.
  • Houd de strengste normen aan.
  • Vraag bij certificatie om vermelding van 2 scopes op respectievelijk het GMP+ certificaat en in de GMP+ Bedrijvendatabase: ‘Productie van Voedermiddel’, en ‘Productie van Toevoegingsmiddel’. Benut daarnaast het vrije deel van het GMP+ certificaat voor additionele informatie die voor de markt of afnemers interessant kan zijn.
  • Vraag bij GMP+ International na of publicatie in de FSP (Feed Support Products) nodig is. Dit is alleen nodig als het product als voedermiddel wordt aangemerkt.
  • Label het product conform de wetgeving die geldt op de afzetmarkt.

Heeft u naar aanleiding van deze nieuwsbrief nog aanvullende vragen, stel ze via info@gmpplus.org. Wij helpen u graag!

Meld je aan voor de GMP+ International nieuwsbrief

Volg het laatste GMP+ International nieuws