Monitoring op dioxine en dioxineachtige PCB’s in vetten en oliën

12 januari 2016

In de GMP+ FSA-standaarden zijn specifieke monitoringvoorwaarden vastgelegd voor het analyseren op dioxine en dioxineachtige PCB’s in vetten en oliën. Deze voorwaarden zijn gebaseerd op EU-wetgeving. We ontvangen regelmatig vragen over de toepassing en interpretatie van deze voorwaarden. In dit artikel behandelen we een aantal onderwerp-en in relatie tot dit item.

Waar vind ik deze monitoringvoorwaarden?

De specifieke monitoringvoorwaarden voor vetten en oliën zijn vastgelegd in de GMP+ BA4 ‘Minimumvoorwaarden inspectie en analyse, hoofdstuk 2.2.

Op welke producten is dit van toepassing?

Monitoring is vereist voor dioxine en dioxineachtige PCB’s in veel vet- en olieproducten die bestemd zijn voor gebruik in diervoeder. Bijvoorbeeld: vetproducten, afkomstig uit de zaden en raffinage van de ruwe olie. Maar ook vet- en olieproducten die afkomstig zijn uit verwerkings- of mengingsprocessen van dierlijk vet.

Wie dient deze voorwaarden toe te passen?

Zoals uitgelegd in de Introductie, zijn deze monitoringvoorwaarden voor vetten en oliën gebaseerd op EU-wetgeving. Maar door ze over te nemen in de Appendix GMP+ BA4, zijn deze voorwaarden van toepassing op alle relevante producenten, verwerkers of handelaren (inclusief importeurs) die deelnemen aan het GMP+ FC scheme, overal ter wereld.

Dus niet alleen GMP+-gecertificeerde bedrijven in Europa, of bedrijven die vet- en olieproducten naar Europa exporteren, dienen deze monitoring toe te passen. Elk bedrijf ter wereld dat vet- en olieproducten produceert, verwerkt of verhandelt onder GMP+-certificatie, dient aan deze monitoringvoorwaarde te voldoen. Het beheersen van de dioxine en dioxineachtige PCB-waarden, inclusief de monitoring, wordt wereldwijd gezien als een belangrijk veiligheidsitem en is daarom onderdeel van het GMP+ FC scheme.

Monitoringfrequentie is gerelateerd aan risico

De verschillende soorten vet- en olieproducten zijn gespecificeerd in een aantal tabellen in hoofdstuk 2.2 van de GMP+ BA4. Ieder vet- of olieproduct is ingedeeld in één van vier klasses waarin de minimum monitoringfrequentie is gespecificeerd.

Klasse 1: De producten met een hoog risico vallen binnen deze categorie, hetgeen betekent dat ze niet gebruikt mogen worden in diervoeder.

Voorbeelden hier van zijn: “tank-bottoms”, deo destillaten uit de chemische raffinage en vetproducten afkomstig van de reiniging van schepen, vaartuigen en tanks.
Voor een volledige lijst met verboden vet- en olieproducten, zie GMP+ BA3 ‘Minimumvoorwaarden Negatieve Lijst’>>.

Klasse 2: Omvat vet- en olieproducten waarin dioxine of dioxineachtige PCB’s aanwezig zouden kunnen zijn. Deze producten kunnen alleen worden gebruikt in diervoeder na een positieve vrijgave. Bemonstering en analyse dient plaats te vinden per max. 1000 ton. Voorbeelden zijn vetzuurdestillaten, soap stocks of zure oliën.

Klasse 3: De aanwezigheid van dioxine en dioxineachtige PCB’s is zeer onwaarschijnlijk in deze producten. Veel verschillende soorten vetten van landdieren vallen binnen deze categorie. Per 2000 ton is monitoring vereist. Dus wanneer de jaarlijkse productie 20000 ton is, dienen er gedurende het jaar 10 monsters te worden geanalyseerd.

Klasse 4: De vetten en oliën die binnen deze categorie vallen worden als redelijk veilig beschouwd. Denk hierbij aan geraffineerde oliën of vetten, maar ook aan veel ruwe oliën die binnen deze categorie vallen.
Een minimum monitoringfrequentie is niet vastgesteld. Hier heeft ieder bedrijf de verantwoordelijkheid om een adequaat monitoringprogramma te bepalen op basis van de toepassing van de HACCP-beginselen. Uiteraard dient het bedrijf in staat te zijn om het monitoringplan aan de auditor uit te leggen.

Toekomstige veranderingen

In verband met de nieuwe EU-verordening EC nr. 2015/1905 zal de hierboven genoemde classificatie van bepaalde olie- en vetproducten wijzigen in de tabellen in de GMP+ BA4. GMP+ International zal zo snel mogelijk nieuwe tabellen publiceren.

Houd er rekening mee dat het te allen tijde de verantwoordelijkheid is van het bedrijf, dat deze vet- of olieproducten op de markt brengt, om te onderzoeken of er overige risico’s zijn die beheerst en gemonitord dienen te worden.

Meld je aan voor de GMP+ International nieuwsbrief

Volg het laatste GMP+ International nieuws