Nieuwsbrief: Teeltschema’s en GMP+ FSA certificatie

25 oktober 2016

Per 31-12-2015 kan de teelt van onbewerkte agrarische producten, die bedoeld zijn om in of als diervoeder te gebruiken, niet meer onder het GMP+ Feed Certification (FC) scheme gecertificeerd worden. Dit betekent dat een teler geen GMP+ certificaat kan verkrijgen om aan te tonen dat de teelt van bijvoorbeeld voedergraan voldoet aan de GMP+ FC voorwaarden.

De desbetreffende GMP+ standaard (GMP+ B6 ‘Teelt voedermiddelen’) is per genoemde datum ingetrokken, en wordt niet meer onderhouden. Nieuwe certificatie of hercertificatie is niet meer mogelijk. Bestaande certificaten kunnen nog worden ‘uitgediend’. Per eind 2017 zijn alle momenteel nog geldende GMP+ B6-certificaten verlopen.

Reden voor deze intrekking

Deze intrekking is een rechtstreeks gevolg van het beperken van de scope van het GMP+ FC scheme, waartoe al eind 2014 is besloten, en de wens om op dit punt in de keten aansluiting te zoeken bij andere teeltschema’s. De deelname aan GMP+ B6 was en is zeer gering. Slechts een handvol telers is gecertificeerd. Veel telers leveren aan GMP+ diervoederbedrijven op basis van gelijkwaardig verklaarde certificaten. Het bijhouden van deze gelijkwaardigheid is echter een tijdrovende taak, die GMP+ International niet als haar primaire verantwoordelijkheid ziet. Daarbij komt dat het merendeel van de aankoop van geteelde voedermiddelen al via een algemene poortwachtersoptie verloopt. De verantwoordelijkheid voor correcte uitvoering van dit protocol ligt bij het aankopende diervoederbedrijf.

Voorwaarden voor inkoop van onbewerkte agrarische producten

Vanaf 2015 geldt dat een GMP+ FSA gecertificeerd bedrijf uitsluitend via de zgn. poortwachtersoptie van een teler de onbewerkte agrarische producten voor diervoeding kan aankopen. Hij dient hiervoor het protocol uit Annex 4 van GMP+ BA10 ‘Minimumvoorwaarden voor inkoop’ toe te passen. Centraal in dit protocol staat de uitvoering van een passend ingangscontrole programma, dat gebaseerd is op de door de deelnemer uitgevoerde risicobeoordeling, en de kwaliteitsborging die de teler toepast.

Consequenties

Vooral voor Nederlandse en Belgische GMP+ FSA deelnemers

Deelname aan de GMP+ B6 standaard is altijd zeer beperkt geweest. Momenteel zijn nog 3 telers gecertificeerd. Daarnaast is een aantal teeltschema’s gelijkwaardig verklaard.

De poortwachtersoptie werd al heel veel toegepast, zeker door GMP+ FSA deelnemers buiten Nederland en België. Dit had te maken met het feit dat met name een Nederlandse en een Belgisch teeltschema waren geaccepteerd.

Sinds 2015 geldt dus voor alle aankopen van onbewerkte agrarische producten  (voor diervoeding) van telers het poortwachtersprotocol.

Positie van geaccepteerde teeltschema’s is veranderd

Met het schrappen van de GMP+ B6-standaard is ook de positie van de geaccepteerde teeltschema’s veranderd. De voorbeelden van teeltschema’s zoals genoemd in het protocol uit Annex 4 van GMP+ BA10 worden niet meer door GMP+ International beoordeeld op gelijkwaardigheid en als zodanig geaccepteerd.

Waarde van een teeltcertificaat

Bovenstaande betekent overigens wel dat een teeltcertificaat in het kader van het voldoen aan GMP+ FSA voorwaarden waarde heeft. Juist ook omdat veel teeltschema’s gericht zijn op het borgen van de voedselveiligheid, is het wel van waarde als een teler, van wie een GMP+ FSA gecertificeerd bedrijf bijvoorbeeld tarwe koopt, een teeltcertificaat heeft. Dit geldt in het bijzonder voor de teeltschema’s die tot eind 2014 als GMP+ FSA gelijkwaardig waren verklaard. Daarom staat ze nog genoemd in het betreffende protocol in Annex 4 van GMP+ BA10.

Het helpt de poortwachter zeker bij het vaststellen dat de tarwe ook geschikt is om als diervoeder gebruikt en verwerkt te worden. Het is en blijft uiteindelijk wel de verantwoordelijkheid van de poortwachter om vast te stellen dat de tarwe aan alle door GMP+ FSA gestelde voorwaarden voldoet.

Meld je aan voor de GMP+ International nieuwsbrief

Volg het laatste GMP+ International nieuws