Huisdiervoeders binnen het GMP+ FC scheme

08 september 2016

Het GMP+ Feed Certification scheme (GMP+ FC scheme) richt zich op de veiligheid van diervoeders bestemd voor voedselproducerende dieren, als onderdeel van voed-selveiligheid. Een uitzondering hierop is de standaard GMP+ B8 Productie en handel huisdiervoeders. Deze standaard is reeds in 2003 ontwikkeld op verzoek van de petfood sector met als doel: het zeker stellen van de veiligheid en deugdelijkheid van producten bestemd als voeding voor huisdieren. De link naar voedselveiligheid (levensmiddelen) is hier niet aanwezig.

Onlangs is de definitie van huisdieren binnen het GMP+ FC scheme aangepast. Een goede aanleiding om aandacht te schenken aan de voorwaarden die voor de borging van de kwaliteit van huisdiervoeders gelden binnen het GMP+ FC scheme.

Wat is de definitie van huisdieren?

De definitie van huisdieren binnen het GMP+ FC scheme is ruimer dan de wettelijke definitie. Terwijl de Vo. (EG) Nr. 767/2009 voorschrijft dat alleen niet-voedsel producerende dieren tot huisdieren gerekend mogen worden (honden, katten, tamme ratten, cavia’s, kanaries e.d.), worden in het GMP+ FC scheme ook hobbymatig gehouden voedselproducerende dieren als huisdieren beschouwd (d.w.z. hobbymatig gehouden geiten, pluimvee, rundvee, schapen, varkens, paarden, konijnen e.d.). Dat betekent dat voeders bestemd voor hobbymatig gehouden dieren gerekend worden tot huisdiervoeders. Deze indeling wordt overigens al sinds de introductie van de GMP+ B8- standaard gehanteerd.

Waarom wordt in het GMP+ scheme een iets ruimere definitie van huisdieren gehanteerd?

Het lijkt inderdaad vreemd en mogelijk verwarrend om iets af te wijken van de wettelijke indeling, maar dit heeft alles te maken met de bovenwettelijke eisen, die het GMP+ FC scheme stelt aan productie van diervoeders. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de inkoopvoorwaarden. Deze zijn puur gericht om de voederveiligheid (en in het verlengde daarvan de voedselveiligheid) te garanderen. Het gaat te ver om deze bovenwettelijke eisen ook van toepassing te verklaren voor voeders voor dieren waarvan producten niet in de voedselketen terecht komen. GMP+ rekent de voeders voor hobbymatig gehouden voedselproducerende dieren tot deze categorie. Door deze voeders in te delen als huisdiervoeder, zijn de strikte voederveiligheidsvoorwaarden niet van toepassing.

Wat betekent dit voor de dagelijkse praktijk van GMP+ deelnemers?

Wetgeving

Ondanks dat het GMP+ FC scheme hobbymatig gehouden voedselproducerende dieren tot huisdieren rekent, betekent dit natuurlijk niet dat de wettelijke eisen voor voedselproducerende dieren niet meer gelden. Deze blijven onverkort van kracht!

Een producent van het voer voor hobbykippen dient zich aan de wet- en regelgeving voor voedselproducerende dieren te houden, want een hobbykip, ook al rekent GMP+ deze tot huisdieren, blijft wettelijk gezien een voedselproducerend dier.

GMP+ scope

Certificatie voor productie van / handel in huisdiervoeders is niet verplicht. GMP+ B1 gecertificeerde bedrijven die ook huisdiervoeders produceren, maar geen certificatie hiervoor willen, mogen alle activiteiten die betrekking hebben op huisdiervoeders uitsluiten uit de scope van het Feed Safety Management System. Hierbij is een strikte scheiding tussen deze twee stromen vereist, die moet garanderen dat de GMP+ diervoeders gegarandeerd voederveilig zijn. Beide stromen mogen weliswaar op dezelfde locatie worden geproduceerd, zelfs op dezelfde productielijn, maar moeten volledig fysisch en/of organisatorisch gescheiden worden gehouden in alle stadia van verwerking, productie, (intern) transport en opslag.

Wilt u zich onderscheiden en het GMP+ B8-certificaat behalen? Dan zijn er verschillende opties mogelijk afhankelijk van de overige diervoederactiviteiten van het bedrijf en de wensen van het bedrijf. In onderstaande tabel staan de mogelijkheden.

Certificatie voor

Bestemd voor

Aandachtspunten

GMP+ B8

Bedrijven die alleen huisdiervoeders produceren.

Meer poortwachtersopties toegestaan voor inkoop van producten en diensten.

GMP+ B1

Producenten van huisdiervoeders die ook diervoeders produceren voor voedselproducerende dieren.

Aan alle van toepassing zijnde voorschriften in GMP+ B1 moet worden voldaan. Dit betekent o.a. dat de inkoopeisen uit GMP+ BA10 gelden, zowel voor voeders voor voedselproducerende dieren als voor voeders voor huisdieren .

 

Geen strikte scheiding vereist tussen deze twee stromen.

GMP+ B1 en B8

Producenten van huisdiervoeders die ook diervoeders produceren  voor voedselproducerende dieren.

De voorschriften uit GMP+ B1 (inclusief de inkoopeisen uit GMP+ BA10) gelden alleen voor voeders voor voedselproducerende dieren.

 

M.b.t. voeders voor huisdieren gelden de voorwaarden uit GMP+ B8 en zijn er bijvoorbeeld uitgebreide poortwachtersopties toegestaan voor inkoop van producten en diensten.

 

Een strikte scheiding is vereist tussen deze twee stromen.


Inkoop producten en diensten

Voorwaarden voor inkoop van ingrediënten en diensten ten behoeve van productie van huisdiervoeders staan een brede toepassing van het poortwachtersprincipe toe, zoals beschreven in de GMP+ B8 standaard.

Een producent mag diervoederingrediënten afnemen van een leverancier die niet GMP+- gecertificeerd is, zolang de producent garandeert dat het uiteindelijk geproduceerde huisdierdiervoeder voldoet aan de GMP+ voorwaarden. Diervoederingrediënten, die worden aangekocht onder dit zogenaamde poortwachtersprincipe, mogen alleen worden verkocht als GMP+ diervoeder als het bedoeld is als voeder voor huisdieren.

Indien de deelnemer gebruik maakt van externe opslag of een externe vervoerder voor de opslag en het transport van huisdiervoeder, dan hoeft deze externe opslag of vervoerder geen GMP+ certificatie of gelijksoortige certificering te hebben. Risicobeoordelingen moeten alle mogelijke gevaren overwegen en ervoor zorgen dat beheersing alle ernstige risico’s op besmetting van diervoeder effectief elimineren.

Opname voedermiddelen in Feed Support Products (FSP)

Binnen de GMP+ FSA module is de basisvoorwaarde van kracht, dat alle gebruikte voedermiddelen opgenomen moeten zijn in de FSP productenlijst. Voedermiddelen bestemd voor verwerking in voeders voor niet-voedselproducerende dieren (honden, katten, tamme ratten, cavia’s, kanaries e.d.), hoeven niet in FSP opgenomen te worden. Van voedermiddelen bestemd voor hobbymatig gehouden voedselproducerende dieren (geiten, pluimvee, rundvee, schapen, varkens, paarden, konijnen e.d.) moet echter altijd een generieke risicobeoordeling opgenomen zijn in FSP.

Positieve declaratie

Positieve declaratie is niet verplicht voor diervoeders geborgd onder GMP+ B8 Productie en handel huisdiervoeders. Vanuit de GMP+ B8 standaard wordt dan ook niet verwezen naar GMP+ BA6 Minimumvoorwaarden Etiketteren en Afleveren. Mocht een GMP+ gecertificeerd bedrijf toch positieve declaratie willen toepassen, dan is dat wel toegestaan. Er wordt geadviseerd hiervoor dezelfde formuleringen uit GMP+ BA6 te gebruiken met een duidelijke vermelding dat het een GMP+ B8 product betreft.

EWS

Vanuit GMP+ B8-standaard wordt weliswaar geen verwijzing gemaakt naar GMP+ BA5 Minimumvoorwaarden EWS. In GMP+ A1, art. 8.7 is deze verplichting echter opgelegd aan alle GMP+ deelnemers. EWS meldingsplicht geldt dus ook voor huisdiervoeders. Dit is logisch, gezien ingrediënten die in huisdiervoeders worden verwerkt, evengoed in voeders voor professioneel gehouden voedselproducerende dieren terecht kunnen komen.

Meld je aan voor de GMP+ International nieuwsbrief

Volg het laatste GMP+ International nieuws