Andere talen beschikbaar via:
Menu

Integriteit in de diervoederketen

01 december 2017

De strijd tegen ‘kortzichtig en egoïstisch financieel gewin’. Wetten, regels, procedures: je kunt er nog zoveel van op papier zetten, maar uiteindelijk komt het neer op de praktijk. Bedrijven kunnen ervoor kiezen de regels te negeren. Of om de letter van de wet wel te volgen, maar de geest ervan te veronachtzamen. Na enkele incidenten met besmet diervoeder wijst certificatiehouder GMP+ International de keten meer dan ooit op het belang van integriteit.

Integriteit staat sinds een aantal jaar volop in de schijnwerpers. En niet alleen in de diervoederbranche. Sinds de financiële crisis staat het onderwerp ook nadrukkelijk op de agenda van banken, centrale banken en toezichthouders. Medewerkers van financiële instellingen in Nederland zijn sinds kort verplicht een eed af te leggen. Daarin beloven zij hun functie ‘naar eer en geweten’ uit te oefenen en ‘het belang van de klant centraal te stellen’.

Johan den Hartog, Managing Director bij GMP+ International in Rijswijk (Nederland), ziet overeenkomsten tussen de eed en het integriteitsdocument dat de certificatiehouder in 2014 heeft opgesteld. “Natuurlijk heeft een wettelijk vastgestelde eed een ander gewicht. Maar zowel de eed voor de bankensector als ons integriteitsbeleid voor de diervoedersector hebben hetzelfde doel en vormen beide een reactie op onethisch, frauduleus of onachtzaam handelen.”

 

Geld
Directe aanleiding van de opzet van het GMP+ integriteitsdocument, dat is samengesteld in overleg met partners en het International Expert Committee, was het furazolidon-incident in Nederland in 2014. De mogelijk kankerverwekkende stof was vermengd in diervoeder en raakte zo’n tien bedrijven. Het incident veroorzaakte de nodige ophef: de politiek eiste opheldering van de regering, het schuldige bedrijf werd uit het GMP+ certificatieschema verbannen (de zwaarste maatregel) en Den Hartog werd als expert gehoord door de staatssecretaris in Den Haag. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) heeft onderzoek verricht. In zijn algemeenheid wil Den Hartog er dit over zeggen: “Van één ding kun je zeker zijn: het draait altijd om geld.”

Het integriteitsdocument is gebaseerd op internationale kwaliteitsnormen en maakt duidelijk wat van de betrokken partijen (bedrijven in de keten, Certificatie Instellingen en GMP+ International zelf) wordt verwacht. Bedrijven zijn verantwoordelijk voor compliance met de normen en standaarden van het certificatieschema. Certificatie Instellingen moeten hun audits ‘eerlijk en onafhankelijk’ uitvoeren. En van GMP+ International worden ‘relevante, coherente en haalbare’ normen verwacht.

 

Moreel appél
“You cannot legislate morality”, zegt Den Hartog. Want daar komt integriteit op neer: moraal. “Integriteit is niet iets wat je een béétje kunt hebben. Je werkt integer of je werkt niet integer. Op die laatste groep doen we nadrukkelijk een moreel appél: jij wil toch ook dat je partner, je kinderen, je kleinkinderen gezond eten binnen krijgen? Denk dáár eens aan, in plaats van kortzichtig en egoïstisch financieel gewin. Kies niet altijd de weg van de minste weerstand.” Daar komt bij dat integer handelen uiteindelijk het langst duurt. “Het is ook in het belang van de bedrijven zelf, zowel economisch als sociaal: het geeft continuïteit én je behoudt werk voor je medewerkers.”

Om de integriteit binnen de diervoederketen te waarborgen, heeft GMP+ International als gevolg van het integriteitsdocument maatregelen genomen. Zo is het toezicht op Certificatie Instellingen verscherpt. Waar GMP+ International voorheen willekeurige ‘parallel audits’ uitvoerde bij bedrijven – om de kwaliteit van audits te controleren – zijn die nu risk-based.

 

Big Brother
Daarbij wordt onder meer gekeken naar de dichtheid van GMP+ certificaten. Hoe hoger de dichtheid in een regio, hoe veiliger de keten. Ook worden extra audits uitgevoerd bij bedrijven waar twijfels bestaan over de kwaliteit van het monitoringsplan of het HACCP-protocol. “Bedrijven weten dat we nu een meer gestructureerde wijze van compliance hanteren”, vertelt Den Hartog. Dit verscherpte toezicht mist zijn uitwerking niet. Na incidenten met aflatoxine in 2013 en furazolidon in 2014 hebben er geen grote incidenten meer plaatsgevonden. “We sluiten niets uit, maar tellen onze zegeningen.”

GMP+ International blijft echter waakzaam. “Door rood licht rijden is verboden. Maar je weet dat er automobilisten zijn die het toch doen – voor een paar seconden tijdwinst. Mensen laten zich leiden door snel gewin, impulsen en emoties.” Bedrijven in de diervoederketen kunnen er zeker van zijn dat niet-integer handelen niet zonder gevolgen blijft. GMP+ International en de betrokken Certificatie Instellingen kennen de bedrijven die, als het even kan, de kantjes ervan aflopen. Den Hartog: “Dat weten ze. Ze zijn zich ervan bewust dat GMP+ International over hun schouders meekijkt.”

 

Reageer
Hoe kunnen we de integriteit binnen de diervoederketen verder bevorderen? Reageer: johan.denhartog@gmpplus.org

Meld je aan voor de GMP+ International nieuwsbrief

Volg het laatste GMP+ International nieuws