Duurzaamheid

28 september 2017

Meer produceren met minder; De toenemende behoefte aan echte duurzaamheid. Er was een tijd, tot ver in de jaren tachtig, waarin de vraag waar ingrediënten van vis- en veevoer vandaan kwamen geen grote rol speelde. Zolang er geen grote hoeveelheden dieren ziek werden, maakte men zich niet zo druk om diervoederveiligheid. Anno 2017 is zo’n houding onbestaanbaar. Dezelfde ontwikkeling maken we nu door op het gebied van duurzaamheid. Voor bedrijven die daarin het voortouw nemen, liggen er mooie kansen. Een gesprek met Johan den Hartog (GMP+ International) en Jose Villalon (Nutreco).


Een bedrijf uit de diervoederketen dat niet met een certificaat kan aantonen dat het voldoet aan de normen voor veilig diervoeder, kan in steeds minder landen zijn handel kwijt. Certificaten als GMP+ Feed Safety Assurance (FSA) en gelijkwaardige schema’s hebben de afgelopen decennia wereldwijd een dermate sterke positie verworven, dat ze inmiddels in veel landen gelden als een ‘license to sell’. ‘Diervoederveiligheid is niet alleen mainstream geworden, het is top-of-mind in de hele keten’, vertelt Den Hartog op zijn kantoor van GMP+ International in Rijswijk (Nederland).

De afgelopen tien jaar kwam daar een tweede aspect bij: duurzaamheid. Den Hartog: ‘Vanuit de keten kreeg GMP+ International steeds vaker de vraag: hoe kunnen wij aantonen dat wij niet alleen veilig werken, maar ook onze verantwoordelijkheid nemen voor mens, dier en milieu? Zo waren er bijvoorbeeld concrete vragen over hoe het gebruik van verantwoorde soja kon worden aangetoond.’

 

Kernstrategie
Diezelfde ontwikkeling ziet ook Jose Villalon, Corporate Sustainability Director bij Nutreco. ‘In de afgelopen tien jaar hebben we gezien hoe duurzaamheid zich heeft ontwikkeld van iets dat als negatief werd gezien tot iets dat onderdeel uitmaakt van de kernstrategie. Uiteraard zijn er verschillende ontwikkelingsniveaus als gevolg van de specifieke geografieën of trekkracht van de markt, maar in het algemeen is de transformatie aanzienlijk. Ik geloof dat duurzaamheid in de komende vijftien tot twintig jaar een concept is dat voordeel biedt ten opzichte van de concurrentie, zoals dat nu al geldt voor voedselveiligheid.’
De aquaculture sector heeft volgens Villalon te maken met vijf grote duurzaamheidsvraagstukken: het gebruik van antibiotica, de toegenomen afhankelijkheid van soja (en de daarmee samenhangende ontbossing), de afhankelijkheid van de ecologisch waardevolle maar kwetsbare kleine pelagische visserijen, moderne slavernij in de vismeel en visolie sectoren, en het efficiënt gebruik van natuurlijke resources voor feeds. De aquaculture sector kan de uitdagingen volgens Villalon het hoofd bieden. ‘De sector voor gekweekte vis omarmt traditioneel haar uitdagingen en pakt ze op transparante en pre-competitieve wijze aan.’

In reactie op het toenemende belang van duurzaamheid lanceerde GMP+ International in 2014 GMP+ Feed Responsibility Assurance (FRA), een add-on certificaat naast GMP+ FSA als bewijs voor een duurzame en verantwoordelijke werkwijze. Dezelfde auditor die bedrijven controleert op veiligheid, kan op verzoek ook duurzaamheid meenemen in zijn audit. Den Hartog: ‘De rol van GMP+ FRA is vooral een brug te slaan tussen de verantwoorde teelt van bijvoorbeeld soja of bevissing (voor vismeelproductie) en het gebruik ervan in mengvoeders voor landbouwhuisdieren en viskwekerij, door een goede borging in de gehele chain of custody.’

Maar waar veiligheid een ‘hard’ thema is dat dankzij geijkte voederveiligheidsnormen relatief eenvoudig meetbaar is, is duurzaamheid ‘softer’ – daarover bestaan, afhankelijk van de regio, cultuur, branche en praktijk, zoveel verschillende interpretaties, dat het ingewikkeld is om daar ‘van bovenaf’ regels voor vast te stellen die voor iedereen werkbaar en acceptabel zijn.
Daarom besloot GMP+ International geen normen vast te stellen en daarmee de markt onze definitie van duurzaamheid op te leggen. ‘Met GMP+ FRA bieden wij een framework waarbinnen elke sector via marktinitiatieven zelf zijn eigen duurzaamheidsstandaarden kan vaststellen’, aldus Den Hartog. ‘Deze marktinitiatieven worden alleen opgenomen in GMP+ FRA als er voldoende marktvraag is.’

 

Meer met minder
De noodzaak tot duurzaam werken wordt in aquaculture nadrukkelijker gevoeld dan elders, vooral omdat de activiteiten binnen deze sector vaak worden uitgevoerd in gebieden met gedeelde natuurlijke bronnen – de beschikbare ruimte wordt gedeeld door vispopulaties, vissers,  plattelandsgemeenschappen en gebieden met een hoge beschermingsgraad. Duurzaam werken is daarom reeds lange tijd de natuurlijke gang van zaken binnen aqua.


Villalon van Nutreco: ‘Als je kijkt naar de schattingen van FAO dat de industrie 70 procent meer moet gaan produceren om te voldoen aan de explosief groeiende vraag naar voedsel die verwacht wordt in 2050 en de schatting van een aantal NGO’s dat we nu al anderhalf keer de hoeveelheid natuurlijke bronnen gebruiken die beschikbaar zijn op deze planeet, dan wordt duidelijk hoe belangrijk het is dat we meer gaan produceren met minder. Het is van essentieel belang dat we dit aanpakken met micro-ingrediënten en toevoegingsmiddelen om de verteerbaarheid en de voedingswaarde te vergroten.’
Vanwege de urgentie van deze vraagstukken heeft aqua een voorsprong gepakt op andere sectoren als het gaat om duurzaamheid, constateert Villalon. ‘De sector voor gekweekte zalm is al in staat gebleken om voedingsvismeel te reduceren van 50 procent van de voeding tot minder dan 7 procent en tegenwoordig hebben we de technologie om te produceren met 0 procent vismeel. We hebben gezien hoe gekweekte garnalen 30 procent sneller groeien met 30 procent minder diervoeder.’

 

Inkoopeisen
Het framework van GMP+ FRA bestaat uit twee delen: certificatievoorwaarden en het feed responsibility management system dat voorwaarden voor de bedrijven bevat, gericht op de borging van duurzaam voeder. De voorwaarden voor de bedrijven kunnen worden samengevat met: strenge inkoopeisen, een administratie die aantoont dat de inkoop en verkoop van duurzaam diervoeder met elkaar in evenwicht zijn, en correcte bedrijfsprocessen – wat vooral neerkomt op bewustwording en training van personeel.

Over de concrete invulling is met verschillende marktinitiatieven overeenstemming bereikt, waarvan de belangrijkste betrekking heeft op de productie van verantwoorde (RTRS) soja (GMP+ MI101). Daar worden leveranciers onder meer beoordeeld op grondgebruik (tegengaan van ontbossing, vooral het Amazone-oerwoud), pesticidegebruik en de arbeidsomstandigheden.
Ook stelde Duurzame Zuivelketen, een marktinitiatief vanuit de Nederlandse zuivelsector, in samenwerking met GMP+ International een standaard op voor verantwoord melkveevoeder (MI103). In de kern komt deze neer op het gebruik van RTRS soja(bijproducten) in melkveevoeders. De sector bewaakt dit onder meer met een ‘witte lijst’ van voerleveranciers die voldoen aan die voorwaarde. Tenslotte zijn standaarden vastgesteld voor verantwoord varkens- en pluimveevoeder (MI102) in samenwerking met SMK, de beheerder van het ‘Milieukeur’ in Nederland. Den Hartog denkt dat op termijn producten als mais en vismeel aan het schema kunnen worden toegevoegd.

Groan, een handelsonderneming die gespecialiseerd is in de toelevering van grondstoffen aan de mengvoederindustrie in Nederland, België, Duitsland en Frankrijk, was begin 2015 het eerste bedrijf dat een GMP+ FRA-certificaat ontving. ‘Wij zijn ons bewust van de impact die sojateelt heeft op het klimaat en het maatschappelijk welzijn in de productiegebieden,’ zei kwaliteitsbeheerder van Groan Jaco Scheurwater daarover. ‘Daarom willen wij bijdragen aan een keten voor duurzaam geproduceerde soja. Dit is één van de redenen om ons te laten certificeren voor de GMP+ MI101 voor de handel in RTRS soja.’

 

Unieke kans
Die bewustwording wordt door steeds meer bedrijven gedeeld, constateert Den Hartog. In 2016 groeide het aantal GMP+ FRA-gecertificeerde bedrijven hard; inmiddels hebben ongeveer 350 bedrijven dit certificaat ontvangen, waarvan het overgrote deel gevestigd is in West-Europa.

Volgens Den Hartog ligt er daarom ‘een unieke kans’ voor bedrijven uit andere delen van de wereld – ook buiten Europa wordt een verantwoord productieproces immers steeds belangrijker. ‘Bedrijven die nu het voortouw nemen met duurzaam werken – en dit kunnen aantonen met een certificaat – dragen niet alleen bij aan een gezondere wereld, maar kunnen zich ook in hun markt profileren als voortrekker op het gebied van duurzaamheid.’
Hoewel het GMP+ FRA-certificaat in eerste instantie een stap is naar een betere wereld, heeft de praktijk in Europa laten zien dat juist de bedrijven die als eerste een certificaat weten te bemachtigen, daar in de handel van profiteren. ‘En dat is ook prima: er moet ook brood op de plank.’

Villalon ziet certificatieschema’s als een haalbare manier voor een producent om aan klanten en consumenten aan te tonen dat hij verantwoordelijk produceert (…) maar niet als een doel op zichzelf. Naast certificering blijft er behoefte aan wetgeving, aldus Villalon. ‘Helaas doet duurzaamheidscertificatie weinig voor veel kleine producenten op lokaal niveau, die de vraag naar een gecertificeerd product niet ervaren. Er is een duidelijke behoefte aan verbeterde nationale regelgeving in bepaalde opkomende economieën evenals handhavingsmogelijkheden, met name in ondergeschikte marginale en landelijke gebieden.’

 

Antibiotica-vrij
Worden de ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid vergeleken met die op het gebied van veiligheid, dan zijn er vooral overeenkomsten: net als veiligheid ooit vrijblijvend was en nu een absolute must, wordt ook duurzaam werken steeds meer gezien als een vereiste. En er ligt bijzondere ruimte voor bedrijven die nog een stap extra zetten. ‘Ik ben van mening dat er een groeiende rol is voor commerciële detailhandelaren en belanghebbenden in de levensmiddelenindustrie om de handen ineen te slaan met – en erkenning te geven aan - de leveranciers die verder gaan dan de eis van milieunormen en die producten aanbieden die veel verantwoordelijker geproduceerd zijn’, legt Villalon uit. ‘Denk aan het uitlichten van vis die is gekweekt zonder vismeel en visolie. Denk aan een complete antibiotica-vrije lijn producten. Beiden zijn momenteel verkrijgbaar en zien we steeds vaker in sommige markten’.

Duurzaamheid is geen trend, benadrukt ook Den Hartog van GMP+ International. ‘Het is geen hype die binnen een paar jaar weer overwaait, maar een logische volgende stap naar een wereld die steeds veiliger en duurzamer wordt voor iedereen.’
Wat aqua betreft is Villalon positief over de toekomst: ‘Het vooruitzicht is zeer uitdagend en de sector heeft nog veel stappen te zetten, maar ik ben optimistisch dat we de oplossing in handen hebben en dat deze binnen ons vermogen ligt.’

Meld je aan voor de GMP+ International nieuwsbrief

Volg het laatste GMP+ International nieuws